Wat krioelt er in mijn vat

Wat krioelt er in mijn vat?


In uw compostvat krioelt het van hongerig leven. Micro-organismen en bodemdiertjes zetten hun ‘tanden’ in uw keuken- en tuinafval en maken er bodemverrijkende humus van. Tijdens Juni Compostmaand zetten we de hard werkende beestjes in de kijker. We laten zien welke beestjes er aan het werk zijn en welke rol elk diertje speelt. 

Micro-organismen

De belangrijkste afbraakorganismen in de bodem en in de compost, zijn de micro-organismen. Bacteriën, schimmels, actinomyceten en gisten vindt u in een hoopje tuinafval terug. Als u een microscoop hebt, tenminste, want deze micro-organismen zijn zo klein dat u ze met het blote oog niet kunt zien. Bovendien eten zij hun voedsel niet op. Zij verteren het uitwendig door afbraakenzymen in de omgeving te brengen. Die breken eiwitten, vetten, houtstof en andere verbindingen, waaruit afval bestaat, af. Zo wordt het materiaal zacht. Bacteriën en schimmels hebben een vochtige omgeving nodig om in te werken. In te droog materiaal vallen ze stil en met hen stopt ook het verteringsproces. 

Wormen

Van alle leven in uw compostvat is de compostworm de vlijtigste krioeler. Hij is een ware Bourgondiër als het gaat om vochtig en voedselrijk organisch materiaal, en hij vermenigvuldigt zich in een hoog tempo. Hij is de ideale compostproducent: zijn uitwerpselen zijn donker en kruimelig, en hij zorgt voor een sterke toename van de microbiële activiteit.

Springstaarten

Springstaarten zijn kleine, primitieve insecten. Ze werden in fossielen teruggevonden die dateren van voor de dinosauriërs. U vindt ze vooral in de strooisellaag en bovenste centimeters van de bodem. Het lijken niet meer dan witte puntjes, amper een speldekop groot. Vaak worden ze versleten voor wormpje of vliegenlarfje.Door de springvork in hun achterlijf, maakt de springstaart grote sprongen in verhouding met zijn afmeting. Zijn meerwaarde? Hij ‘begraast’ schimmels. Die zijn in staat voedingsstoffen te ontrekken aan moeilijk afbreekbare materialen als hout. Door zich met de schimmels te voeden, brengen de springstaarten de voedingsstoffen via hun uitwerpselen opnieuw in de natuur.

Mijten

Mijten vormen een aparte orde binnen de klasse van de spinachtigen. Ze zijn 0,1 tot 30 mm lang en hebben acht poten. Ze verteren hun voedsel door het te besprenkelen met speeksel dat afbraakenzymen bevat en nemen het nadien in vloeibare vorm op. Zo maken mosmijten rottende bladeren, hout, schimmels, en algen fijn. Door het afval op te splitsen, vergroten ze zijn oppervlakte. Dit vergemakkelijkt dan weer de afbraaktaak van schimmels en bacteriën. 

Duizendpoten

De duizendpoot is een uitgesproken jager. Hij verdooft zijn prooi met zijn gifkaken, overgiet hem met verteringssap en zuigt hem leeg. Van zijn prooi, meestal insecten en andere kleine geleedpotigen, blijft niets meer over dan een pantser. Door andere afbraakorganismen te verorberen, brengt hij de voedingsstoffen – via zijn uitwerpselen - weer in omloop. 

Miljoenpoten

Miljoenpoten zijn vooral afvaleters. Ze hebben sterke kaken waarmee ze afval dat ze op hun weg tegenkomen, fijnmalen. Buiten uw compostvat vindt u de miljoenpoot in de strooisellaag van de bossen. Hij ligt vaak opgerold in een spiraal met de kop in het midden. 

Pissebedden

Raar maar waar: pissebedden zijn kreeftachtigen. Daarom vindt u ze ook op vochtige plaatsen: onder stenen of tussen bladeren. Ze zijn vooral ’s nachts actief. Dan voeden ze zich met rottende planten, resten van dode dieren en ander organisch materiaal. Hun naam danken ze aan bijgeloof. Vroeger strooiden ouders gedroogde en fijngemalen pissebedden in het bed van hun kinderen om ze van het bedplassen af te helpen.

Mieren

Mieren staan niet echt bekend als afbraakorganismen. Toch spelen ze een belangrijke rol bij het opruimen van dierlijke en plantaardige resten. Mieren zijn echte zoetebekken die vlijtig werken en steeds op zoek zijn naar zoet energierijk voedsel. U vindt mierennesten in het drogere gedeelte van het vat. Wordt het nest verstoord? Dan zoekt de kolonie een ander onderkomen of ze gaat verloren. Wilt u geen last hebben van uitzwermende snoepers? Zet uw compostvat dan regelmatig om. 

Fruitvliegjes

Fruitvliegjes zijn een behoorlijk probleem voor heel wat composteerders. Vooral bij warm weer en bij wie veel groente- en fruitresten composteert, durft hun aantal wel eens uit de hand lopen. Wilt u hun aanwezigheid beperken? Meng uw groen keukenafval dan met voldoende bruin materiaal, belucht uw vat geregeld met een stok, of dek composterend materiaal af met rijpe compost. 

Neushoornkever

Na het Vliegend Hert is de neushoornkever – met een gemiddelde lengte van 2,8 cm - onze grootste inheemse kever. Hij is ook de sterkste: hij tilt tot 850 maal zijn eigen lichaamsgewicht. In de vrije natuur komt u deze kever niet zo vaak tegen, terwijl hij wel dol is op warme plekjes waarin organisch materiaal wordt opgeslagen. Vooral houtig materiaal draagt zijn voorkeur weg: als u goed luistert, hoort u de kever hout vermalen.


Links





 
Compostworm



 
Springstaart



 
Mijt



 
Duizendpoot



 
Miljoenpoot



 
Pissebed