Kippen in de tuin - de huisvesting


Het hok en de ren moeten afgewerkt zijn vóór je de kippen koopt of ontvangt. Het gebeurt maar al te vaak dat mensen in een vlaag van enthousiasme thuiskomen met enkele mooie kippen die dan in een voorlopig en miserabel optrekje moeten leven. 

Een kippenhok en de wet
Ook als je een kippenhok wilt bouwen, moet je aan een aantal voorschriften voldoen. In sommige verkavelingsvoorschriften is het bouwen van een hok of het houden van kippen zelfs expliciet verboden.
Raadpleeg je gemeentebestuur.
Ook wat de oppervlakte van het en de noodzaak van een bouwvergunning betreft, kan je je best daar informeren. 

De oprichting van een kippenhok is vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning indien: 

·          Het hok wordt opgericht binnen dertig meter van een “vergund” woongebouw.

·          Het perceel waar het hok wordt geplaatst niet gelegen is in ruimtelijk kwetsbare gebieden, zoals bijvoorbeeld natuurgebied, parkgebied, enz.

·          Slechts één hok op het betreffende perceel wordt opgericht.

·          Het om een houten hok gaat.

·          De constructie wordt opgericht oftewel tegen een bestaande “vergunde” muur, ofwel tenminste 1 meter van de perceelsgrenzen.

·          De oppervlakte van het hok maximaal 10 vierkante meter bedraagt.

·          De constructie niet wordt opgericht in de voortuinstrook.

·          De kroonlijsthoogte van het hok beperkt blijft tot 2,50 meter en de nokhoogte tot 3 meter.

Voor de omheining is geen vergunning nodig indien deze bestaat uit houten of kunststof palen met draad. Indien deze tevens als afsluiting met de buur dient, moet de hoogte beperkt blijven tot 2 meter. 

•Aan welke eisen moet een goed kippenhok voldoen?

Het hok is de binnenruimte waar de kippen “roesten” of slapen, eieren leggen en (soms) schuilen voor de regen. De dieren verblijven er dus vaak. Daarom moet het hok aan een aantal voorwaarden voldoen. 

Oppervlakte
Voor een toom van 3 niet te zware legkippen is een oppervlakte van 0,75m²
(1m x 75cm) een absoluut minimum. Overbevolking leidt tot verenpikken.
Maak het hok minstens 80 à 90 cm hoog. 

Ventilatie
Het hok moet voldoende verlicht en verlucht zijn. Een goed klimaat in het hok heeft een positieve invloed op de gezondheid en de leg.
Tocht is uit den boze. Vermijd daarom spleten en klieren.
Een goede ventilatie krijg je door in één van de wanden van het hok onderaan een opening te voorzien – logischerwijs is dit de ingang voor de kippen – en bovenaan een verlichtings- en verluchtingsrooster ter plaatsen.
Doe dit in een wand die niet naar de overheersende windrichting is gekeerd. Het is aan te bevelen deze openingen op het zuid(oosten) te oriënteren.
De kans dat het binnenregent, is dan het kleinst. Droge, frisse lucht die het hok binnenkomt, wordt opgewarmd door de lichaamswarmte van de kippen en verlaat het hok langs de opening bovenaan.
De luchtstroom voert ook het vocht mee dat ontstaat door de uitademing van de kippen en de verdamping van de mest.
Een vochtig hok is ongezond voor de kippen, het doet de houten constructie sneller rotten en laat de mest samenkoeken.  

Vocht en ongedierte vermijden
De constructie moet het binnendringen van zowel vocht -  regen en grondvocht – als van ratten en roofdieren vorkomen. Een overhangend dak is aan te raden. De gebruikte bouwmaterialen moeten behandeld zijn tegen vocht en rot.
Gebruik milieuvriendelijke producten die niet toxisch zijn, op basis van lijnzaadolie of natuurlijke oliën. Behandel het hout enige tijd vóór je kippen in het hok plaatst.

Veiligheid
Vermijd scherpe hoeken of uitstekende spijkers. Dit is niet enkel belangrijk voor de kippen maar ook voor jezelf of voor je huisgenoten tijdens het rapen van de eieren.
Er zijn kleine, handige, houten kippenhokken in de handel. Ze zijn doorgaans niet echt goedkoop maar voldoen wel aan de eisen. Sommige gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bieden in het kader van hun kippenproject ook een goed kippenhok aan. Je kan natuurlijk zelf aan de slag gaan. 

We geven je hieronder enkele tips:

  • Maak het hok voldoende stevig maar toch ook weer niet zo zwaar dat je het niet meer kan verplaatsen.
  • Plaats het hok op vier stevige poten. Zo blijft het droog, win je ruimte en hou je gemakkelijker ongedierte buiten.
  • Maak het hok gemakkelijk toegankelijk – dak of zijwand uitneembaar – zodat je het eenvoudig kan reinigen en zonodig desinfecteren. Leg onderaan een dik pak droog strooisel. Voorzie een mestschuif zodat je het eenvoudig kan verversen.

Voor een kleine tuin en een beperkt aantal kippen is een verplaatsbaar houten hok zeer geschikt. Een hok op poten van 50 tot 80 cm hoog is ideaal. De kippen kunnen er onder schuilen bij regen en zon. Het is ook de ideale plaats voor een stofbad. Een loopplank met dwarslatjes verschaft de kippen toegang tot het hok. In het ruim overhangende en hellende dak voorzie je een scharnierend deel waarlangs de eieren geraapt worden. In het hok bevindt zich, hoger geplaatst dan het nest, een zitstok. Tegen de zijwand monteer je tenslotte een kleine automatische voederbak.
De vloer van het hok is een mestschuif met opstaande wand waar je een laag van een paar centimeter houtkrullen aanbrengt. De drinkbak hang je onder het hok. Hou het hok verder zo eenvoudig mogelijk zodat je het zonder moeite kan schoonmaken, inspecteren op rode vogelmijt en eventueel desinfecteren. Maak de houten wanden en het dak op een milieuvriendelijke manier vochtbestendig. 

•De kippeninkom
De opening waarlangs de kip in het hok kan, maar je zo’n 25 cm breed en 30 cm hoog. Je richt ze naar het zuiden of het oosten. Staat ze toch in de richting van de heersende wind, dan beschut je ze door er een struik of een kleine schutting voor te plaatsen.
Voorzie een deur of klep waarmee je de opening en dus ook het hok kan afsluiten. Dat is handig wanneer je een kip wil vangen of wanneer je de dieren buiten wil houden om het hok te verversen. Wil je het hok iedere nacht of voor langere tijd gesloten houden? Plaats dan een rooster in het deurtje zodat de luchtcirculatie in het hok niet verhinderd wordt. 

•Inrichting van het hok
Bij een gemetseld hok gaat de voorkeur naar een gladde, betonnen vloer.
Het houdt ratten weg en biedt bescherming tegen vocht, koude en roofdieren. Het laat ook toe het hok eenvoudig te reinigen en te desinfecteren.
De oprand van de vloer moet ervoor zorgen dat de mest niet langs de deur of de kippeninkom naar buiten valt. Voorzie een opstapje voor jezelf en een loopplank voor de kippen. 

Vaak wordt in een groter hok de helft tot eenderde van de oppervlakte voorzien van een mestrooster. Het heeft een maaswijdte van 2,5 x 5 cm en bevindt zich op een houten kader. Maak het verwijderbaar en stevig zodat de kippen erop kunnen lopen. Daarboven wordt dan de zitstokken en de voederbak geplaatst. Op die manier komen uitwerpselen en gemorst eten op een plaats terecht waar de kippen er niet kunnen in krabben. In een klein hok voorzie je onder de zitstokken een mestplank of mestschuif.

De strooisellaag in het hok moet niet zo vaak worden ververst. Een paar keer per jaar is doorgaans voldoende. Onder de zitstokken doe je dit best wat vaker.
Als strooisel in een groter hok gebruik je een laag stro waar je een gelijk gewicht aan houtkrullen tussen strooit. Met hun gescharrel houden de kippen het los. Vastgelopen strooisel moet worden verwijderd om te voorkomen dat het aan de poten blijft kleven en gaat stinken. In de mestschuif van een kleiner houten hok strooi je een laag houtkrullen. Het houdt de uitwerpselen droog en vergemakkelijkt het verwijderen ervan. In plaats van houtkrullen bieden dierenspeciaalzaken ook vezels aan van vlas, hennep en beukenhout.
Ze zijn evenzeer geschikt als strooiselmateriaal. 

Ook te slapen hebben kippen een zitstok nodig. Voor de meeste rassen is de bekende panlat perfect: de breedste kant (3 cm) bovenaan,de randen iets afgerond. Voor grotere en zeer grotere rassen is iets breder – 4 à 5 cm – aan te bevelen. De kip moet de gelegenheid hebben om de tenen lichtjes rond de zitstok te krommen. Op een fijne ronde stok zitten de dieren niet comfortabel.

Op 1 meter zitstok is plaats voor 4 à 5 kippen van een halfzwaar ras. Spleten tussen het houtwerk en de plaats waar de stokken vastzitten in de muur, zijn de gedroomde broedplaats waar bloedzuigende mijten zich overdag schuilhouden.
Ze moeten regelmatig gereinigd worden en zonodig met insecticide behandeld. Kippen slapen graag hoog. Plaats de zitstok zo hoog mogelijk in het hok, met uiteraard voldoende ruimte tussen de stokken en het dak. De afstand van de zitstok tot de bodem of het rooster én de achterzijde van het hok moet minstens 35 cm bedragen zodat de staartveren niet tegen de wand schuren.
Anders vallen de kippen letterlijk van hun stokje.
Verplicht de dieren vanaf de eerste nacht om binnen te slapen.
Eens ze geleerd hebben om in een boom te slapen, leer je het ze niet meer af! 

Plaats de voederbak en de legnesten eerder laag tegen de rond maar nooit onder de zitstok. Zorg dat ze zowel voor de kippen als voor jezelf gemakkelijk bereikbaar zijn.
Het hok is ook de beste plaats voor de voederbak en een bakje met fijngemalen schelpen en maagkiezel. 

•De ren: loop- en leefruimte voor je kippen
Wie de kippen optimaal van de beschikbare ruimte wil laten genieten, moet de ren of uitloop voldoende groot maken. Minimum 2, liever 5 vierkante meter per kip geeft de dieren de ruimte om hun poten te strekken.
Is je tuin voldoende groot, wees dan wat guller. 
Wil je een groene mat behouden in je ren dan is 10 tot 25 m² per dier noodzakelijk. Een oude grasmat heeft een stevige zode die beter bestand is tegen het gescharrel. Bij veel ruimte voor een beperkt aantal dieren, houdt het gras langer stand. Zwaardere kippenrassen zijn minder beweeglijk dan lichte en hebben iets minder uitloopoppervlakte nodig.
Wie een grote ruimte heeft, kan in een deel ervan regelmatig zijn kippen vrij laten rondlopen. Ze pikken wel eens een blaadje mee maar zoeken het vooral in de grond waar ze meteen ook de slakken- en insectenpopulatie in toom houden. 

Opgelet voor modderpoelen
Zware grond draineert slecht en is daarom gevoeliger voor moddervorming dan zandgrond.
Modderpoelen zijn absoluut te vermijden. Als er toch ontstaan, moet je onmiddellijk ingrijpen.
Ze vooroorzaken geurhinder, het zijn haarden van ziekten en het voedsel raakt er besmeurd. Ook andere verontreinigingen zijn te vermijden. Vervuilende stoffen in de bodem worden rechtstreeks of via de wormen door de kippen opgenomen en komen in de eieren terecht. Op plaatsen waar vroeger al eens een vuurtje werd gestookt of waar vuil werd gestapeld, kan je dus maar beter géén kippen laten scharrelen.

Een goede manier om modderpoelen te vermijden en om met een relatief kleine oppervlakte grond de kippen toch regelmatig een groene scharrelloop te bezorgen, is het omweisysteem. De ren wordt in twee verdeeld en terwijl de dieren gebruik maken van de ene helft groeit op de andere helft de nieuwe ingezaaide grasmat. Maak daarbij gebruik van een zaadmengsel voor weidegras. Maai het gras wanneer het te lang wordt. Jong gras is immers voedzamer. 

Een andere mogelijkheid is de uitloop, al dan niet in combinatie met het hok, verplaatsbaar te maken. Om de paar dagen rij je de kippentrein dan een eindje verder over het gras. In de winter of na de oogst van een bepaald gewas kan je het geheel zelfs in de moestuin plaatsen als een biologische onkruid-, slakken- en insectenbestrijdingsinstallatie. Hou je bij het bepalen van de grootte van je constructie aan de minimumoppervlakte voor het hok en ren. Waar de ren ook staat, hoe vaak je ze ook verplaatst en hoe gevarieerd het menu voor de kippen is, de echte “renafstand” wordt er niet door vergroot.

Je kan de dieren natuurlijk ook vrij laten rondlopen in (een deel van) je groentetuin. Afsluiten doe je dan met enkele op maat gesneden stukken afsluitdraad die je samen met enkele lichte palen of betonijzers regelmatig verplaatst. Kies je voor kippenrassen die niet vliegen dan hoeft de afsluiting maar een meter hoog te zijn. Dek je de eerste slaplantjes en het eerste zaaisel af met draad dan kunnen de kippen nog wat langer genieten van de slakken en insectenlarven die zich anders toch aan de jonge plantjes tegoed zouden doen. 

Voor de kleine tuin is een ren niet meer dan een plek waar de kippen de poten kunnen strekken, 2 tot 5 m² per dier volstaan. De grasmat zal er slechts enkele weken overleven.
Kippen die te weinig loopruimte hebben kunnen agressief worden tegenover elkaar. Ze kunnen beginnen verenpikken en ook de leg kan verminderen. Dieren die bij gebrek aan bewegingsruimte niet in goede conditie verkeren, zijn ook gevoeliger voor ziekten. 

Om te vooromen dat je ren verandert in een modderpoel kan je de bodem ervan bedekken met een 10 cm dikke laag gesnipperd snoeihout. Span kippengaas over de bodem voor je de snippers uitstrooit zodat de kippen de snippers niet vermengen met de grond. De snippers absorberen bij hevige regenval het water. Dat vermijdt stank. De structuur van de snippers verzekert immers nog een voldoende verluchting.

Daarenboven kom je zelf ook nooit meer met modderige schoen van bij je kippen. Dit systeem laat toe om ook de uitwerpselen van je dieren te recycleren. De stikstofrijke mest bevordert de vertering van de snippers en wanneer je na enkele maanden of een jaar de laag verteerde snippers ververst, verwerk je deze in je compostbak. Je kan de snippers en mest ook ter plaatste laten verteren en om de zes maanden een nieuwe laag toevoegen. 
In de snippers leven allerhande nuttige en –voor de kip- lekkere bodemorganismen zoals wormen en pissebedden. Al scharrelend doorheen het langzaam verterend organisch materiaal van de snippers vinden ze dus steeds weer iets naar hun zin. 

Gun je kippen een plekje levend scharrelgroen
Niets is zo triestig als een kippenren waar geen spietje gras of onkruid groeit.
Er valt voor de kip niets te scharrelen. Kippen die over een uitloop beschikken waar grassen of granen groeien, bewegen zich ook meer.
Ze worden zo minder snel vet. Grassen bevatten veel eiwitten die een goede combinatie vormen met de granen. Gras geeft door zijn volume ook een verzadigd gevoel bij de kip. Gekiemde granen zijn rijk aan vitaminen en een waardevol onderdeel van een evenwichtig en gevarieerd menu.

Het is daarom een goed idee om tussen half februari en half juni in een vorstvrije periode een mengsel van haver, gerst, tarwe en spelt in de kaalgelopen ren te zaaien. In de nazomer vanaf half augustus gebruik je beter rogge, tarwe en spelt.
De gekiemde zaden worden door de kippen de eerste weken naar boven gescharreld en als voedsel gebruikt. Wat niet wordt opgegeten, groeit later uit tot groenvoer.
De hoeveelheid graan die hiervoor nodig is, bedraagt 20 g per vierkante meter plus 1 kg per kip extra.
De granen en zaden kan je in de bodem inwerken met een spitvork of riek.
Als je deze methode toepast, zal je vaststellen dat de bodem beter waterdoorlatend wordt en dat er minder stof ontstaat. Er is ook minder geurhinder en de mest van de kippen wordt opgenomen in het plantenkringloopsysteem. 

Kippen kunnen enorm genieten van een stof- en een zonnebad. Beide zijn van belang voor hun gezondheid. Een stofbad helpt tegen parasieten die zich tussen de veren nestelen. Tijdens een zonnebad wordt vitamine D aangemaakt. Heb je zware grond in je tuin, dan kan je op een droge plek onder een struik of tussen de poten van je houten hok – met vier planken een lage bak maken die je vult met zand(grond) of meet fijn lava- of basaltmeel. 

In het buitenhok kan je een schuine plaat monteren met de opening naar het zuiden. De grond eronder blijft droog zodat de kippen er een stofbad kunnen nemen. Tijdens het “baden” strijken de kippen met de bek hun pluimen glad en brengen er een olieachtige substantie op. Deze wordt uitgescheiden door de stuitklier en maakt de pluimen waterafstotend. 

Kippen zijn van oorsprong boshoenders. Een ganse dag in de volle zon is niets voor hen. Vogels hebben geen zweetporiën. Ze moeten afkoelen door vocht te verdampen via hun bek. Uithijgen doen ze het liefst in de schaduw. Een struik in of naast de ren is daarom ideaal. Plant een inlandse soort zoals vlier die heel wat insecten aantrekt, bladeren en bessen levert en goed tegen een stoot of grondige snoei kan.
Plant je hem in de ren, leg dan rond de voet een stuk afsluitdraad van ongeveer een vierkante meter. Zo scharrelen de kippen hem niet met wortel en al uit de grond. De struik doet meteen ook dienst als beschutting tegen wind.
Denk er wel aan dat kippen de takken als opstapje durven gebruiken om over de omheining te vliegen.

•De omheining

Een goede afsluiting is eenvoudig te maken met enkele palen – om de 2 m – en de nodige meters afsluitdraad. Gebruik afsluitdraad van 1 à 1,5 m hoog voor zware rassen en industriële kippen die niet vliegen en van 2 à 2,5 m hoog voor lichtere landrassen. Door de draad een 10-tal cm in te graven, voorkom je dat de kippen er onderdoor scharrelen.
Als je goede vliegers hebt onder de kippen, voorzie dan een afsluitdraad of tuinnet voor aardbeien als dak van je ren. Het beschermt tevens de kuikens tegen eksters, kraaien en roofvogels. 

Hou vossen en marters buiten
In streken waar roofdieren de kippen belagen, moet je voorzorgen nemen. Omdat vossen en marterachtigen meestal ’s nachts op pad gaan, sluit je de kippen beter op in hun hok van zodra het donker wordt. Ben je in de winter echter zelf vóór het donker de deur uit en pas laat weer thuis, dan is dat niet vanzelfsprekend.

Vogelbescherming Vlaanderen testte in samenwerking met Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) een prototype van vosbestendige afsluiting uit. Medewerkers van het BIM stelden dagelijks vast hoe vossen langs de omheining van de proefren patrouilleerden meer er geen enkele keren in slaagden de ren binnen te dringen. Surf eens naarwww.vogelbescherming.be 

Vosbestendige afsluiting
Beveilig de ren met stevige en fijnmazige (3 à 4 cm) afsluitdraad van minstens 1,30 hoog zodat de vos er niet in kan.
Bevestig de draad aan de buitenkant van de palen zodat vossen en marterachtigen de ren niet kunnen binnendringen en plooi de bovenzijde van de omheining naar buiten in een hoek van 30°.
Bedek een strook van 40 cm rond het kippenhok – tot vlak tegen de omheining – met tegels of betonplaten. Zo voorkom je dat de vos een toegangspijp zou graven onder de omheining. Vossen zijn wel slim maar ze hebben niet de reflex om vóór de tegels te beginnen graven.

Bron: Ovam

Links