Rupsen,

ontembare vreetmachines


 

Rupsen zijn de larven van motten (vooral ’s nachts actief) en vlinders (vooral overdag actief).
Ze ontluiken uit het ei als nietige, piepkleine larfjes.
De meeste soorten voeden zich met bovengrondse plantendelen.
Vaak zijn de rupsen op enkele weken tijd geheel volgroeid.
In die korte periode hebben ze dus zeer veel voedsel nodig.
Rupsen zijn dan ook de schadelijke fase van het vlinderleven.
In het popstadium en het stadium vlinder / mot wordt geen schade meer aangericht.

•Wat staat er op hun menukaart? 

Sommige rupsen kunnen leven op een uitgebreide lijst van plantensoorten.
De rups van de kleine wintervlinder (FOTO) vinden we bijvoorbeeld terug op berk, haagbeuk, appelaar, kerselaar, hazelaar, … 
Deze weinig kieskeurige rupsen kunnen over de hele tuin vraatschade veroorzaken.

Andere rupsen verkiezen dan weer een bepaalde plantenfamilie.
De rups van het koolwitje (FOTO) treft men enkel aan op koolsoorten zoals bloemkool, spruitkool, chinese kool, enz. 

Er bestaan echter ook rupsen die nog kieskeuriger zijn, en hooguit vreten van één bepaalde plant.
Denk maar aan de rups van de paardekastanjemineermot.
Deze rups is verder onschadelijk voor andere tuinplanten of bomen.

 
•Hoe ze efficiënt aanpakken?

Het afdoden van aanwezige rupsen kan best zo snel mogelijk gebeuren. Hun ontembare vraatzucht verzwakt niet alleen de aangevreten plant, dit zorgt ook voor jarenlange visuele schade op groenblijvende planten zoals keukenlaurier e.a..
Producten zoals FOR-INSECT en OKAPI kunnen aangewend worden tegen alle vrijlevende rupsen.
Ook BIO-PYRETREX, een 100 %  plantaardig middel, doodt vlot vrijlevende rupsen. Ideaal als men biologisch wil telen. 

Recent werd ook het natuurlijk middel CONSERVE® erkend tegen rupsen.
Zowel vrijlevende, minerende als verscholen levende rupsen kunnen vanaf nu afgedood worden.
CONSERVE® is een absolute aanwinst in de strijd tegen rupsen !

 
•Rupsen en hun verdedigingsmechanisme

Door miljoenen jaren evolutie hebben rupsen een gigantische diversiteit aan kleur, vorm, grootte, verdediging en voedingsgedrag uitgebouwd. 

Enkele rupsensoorten verdedigen zich bijvoorbeeld tegen hun natuurlijke vijanden met “brandharen”. Een bekend voorbeeld hiervan is de eikenprocessierups. Deze veelbesproken rups bezorgt, door dit specifiek afweermechanisme met brandharen, mens en (huis)dier grote problemen.
De loslatende brandharen veroorzaken irritatie van de ogen, de luchtwegen en de huid. Raak deze rupsen dus nooit aan en verstoor ze niet.
Bij dreiging lossen de oudere rupsen immers hun minuscule brandharen. Die kunnen rechtstreeks of indirect op de huid terechtkomen of ingeademd worden. 

•Ter verduidelijking : 

De lange witte haren op de rug van eikenprocessierupsen zijn NIET de beruchte brandharen. De eigenlijke brandharen zijn slechts 0,1 - 0.2 mm groot en zitten verscholen tussen die ongevaarlijke lange haren.
Brandharen zijn dus met het blote oog nauwelijks te zien en worden pas gevormd op eikenprocessierupsen die minstens 2 keer verveld zijn. Piepjonge rupsjes hebben deze brandharen dus niet. Het grote gevaar van de eikenprocessierups voor de volksgezondheid begint dus pas ten vroegste de tweede helft van mei.

Eikenprocessierupsen vinden we hoofdzakelijk terug op zomereik (Quercus robur). Wintereik (Q. petraea) en andere eikensoorten worden iets minder aangevallen.

KLIK HIERONDER OM MEER FOTO'S VAN RUPSEN TE BEKIJKEN

     

78


•CONSERVE®
Uitmuntend selectief, spaart natuurlijke vijanden

CONSERVE® is een middel van de nieuwste generatie.
Het is geen “alom breedwerkend” product dat alle levende organismen (goede en slechte) afdoodt, zoals bv het oude middel E605. 
CONSERVE® werkt zeer selectief. Het bestrijdt doelgericht rupsen, mineervliegen, groentevliegen en tripsen. Andere worden ongemoeid gelaten.
Natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes, roofwantsen en sluipwespen worden dus gespaard.

CONSERVE® bevat de uit de natuur gehaalde actieve stof ‘spinosad’.
Het product mag gebruikt worden in de biologische landbouw. Naast rupsen doodt ‘spinosad’ ook vliegenlarven (mineervliegen, groentevliegen), tripsen, mieren en bladvlooien.

Bij kolen doodt CONSERVE® niet alleen de koolmot na bladbespuiting, maar ook de ondergrondse larven van de koolvlieg na aangieten aan de plantvoet. Koolvlieglarven vreten ondergronds de plantvoet stuk.

In de moestuin worden plagen op prei, aardbei, tomaat, .. met CONSERVE® vlot afgedood. Het uiterste gebruikstijdstip vóór de oogst is maximaal 14 dagen (zie etiket).

Voor behandeling van appel- en perenbomen en sierplanten is CONSERVE® eveneens erkend.


CONSERVE® heeft als selectief en trefzeker rupsenmiddel alle troeven in handen om goede dodingcijfers te halen. Belangrijk hierbij is dat zoveel mogelijk eikenblaadjes worden geraakt in de bovenste helft van de eiken. Daar gebeurt de massale vraat van de jonge rupsjes. Het gebruik van het “verre afstands” spuitpistool VARIOGUN wordt aanbevolen.

Doordat CONSERVE® de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups (zoals sluipwespen en roofkevers) ongemoeid laat, heeft het aan de eindmeet lengtes voorsprong op andere rupsendodende middelen.

 

 

 

 

Links