Takluizen

Cinara spp.


Takluizen behoren tot de grote familie van de bladluizen.
Zij komen, zoals de naam het ook zegt, vooral voor op takken en stammen.
Vooral coniferenhagen kunnen vreselijk lijden onder de aanwezigheid van deze parasiet.
De schade uit zich in dorre plekken in de haag en wanneer je de haag wat opentrekt zie je op de takken een zwarte aanslag van roetdauwschimmels.
Deze schimmel voedt zich op de suikers die uitgescheiden worden door de takluizen.
De luizen zelf zijn niet altijd even makkelijk terug te vinden maar zijn wel met het blote oog perfect zichtbaar, redelijk groot en grijs-bruin van kleur.

De periode waarin deze takluizen actief zijn loopt normaal van maart tot november.
In de maanden mei tot oktober zijn de volwassen takluizen levendbarend (= brengen rechtstreeks jongen voort), vanaf eind oktober leggen ze eieren af die gaan overwinteren om het jaar nadien de populatie terug op te bouwen.
Bij extreem zachte winters zoals we er de laatste jaren enkele kenden, gaan ook de volwassen luizen overwinteren, en blijven dus bijna het ganse jaar actief.
Hierin ligt de verklaring waarom we vaak in het voorjaar, met de hergroei van de hagen, de meeste takverbruining te zien krijgen.
Daarnaast gaan ze ook de bladschubben bevuilen met een suikerachtige uitscheiding, honingdauw, waarop dan zwarte roetdauwschimmels gaan groeien.
Andere planten dan coniferen en sparren hebben niets te vrezen van deze vernielers.

Men moet zo vlug als mogelijk bij de eerste waarnemingen van takluizen de haag behandelen.

TIP
Tijdens de rustperiode van de coniferen (in de winter vanaf december tot eind januari) is een behandeling met de paraffineolie ELEFANT SOMMERÖL  aan te raden om de wintereitjes (en eventueel overwinterende luizen) zoveel mgelijk te vernietigen.
Ook bij deze bespuiting zorgen voor een zeer goede bevochtiging van de twijgen.
De beste werking is te verwachten bij dagtemperaturen van ongeveer 7°C tijdens de hierboven vermelde rustperiode van de coniferen.
Evenwel niet spuiten bij vriesweer, of als er vorst wordt verwacht onmiddellijk na de bespuiting.

OPMERKING:
Naast takluizen kan tak- en twijgsterfte ook veroorzaakt worden door:
-wortelrotschimmels (Phytophthora cinnamomi) en andere schimmelziektes.
-aanplanting na oktober en vóór maart, gevolgd door scherpe droge wind en strenge wintervorst.
-schrale voorjaarswinden en droogte met verzuim van regelmatige begietingen
-overmatige langdurige natte bodem en bodemluchtarmoede. (zorg steeds voor een goed verluchte en goed gedraineerde bodem)
-ammoniakdampschade door het aanbrengen van verse stalmest onder de coniferen.


 

 Behandelen


   

 

Links