• Spruiten regelmatig oogsten. Eventueel de grote zware planten ondersteunen. • Artisjokken een winterbescherming geven
• Ruim de moestuin op, verwijder onkruid en bedek de lege percelen met compost. • Druivelaar snoeien. Binnen- en buitendruiven mogen alleen tijdens de rustperiode worden gesnoeid omdat ze anders kunnen ‘bloeden’ als de sapstroom op gang is of komt. In de serre kan je een druivelaar aanplanten. • Tuinkers binnen in bakjes zaaien en op de vensterbank plaatsen. • In de koude bak of onder glas kan je veldsla, spinazie, wortelen en kervel zaaien. • Zolang het niet vriest kan je nog aardperen, knoflook, rabarber en fruitbomen planten
Planten en bomen die in de winterberging staan regelmatig controleren (laurier- en vijgenbomen, kruiden in potten). De serre of winterberging regelmatig luchten. • Controleer pas geplante fruitbomen en –struiken en kijk of ze geen steun nodig hebben. • Bescherm gewassen tegen wildschade (konijnen). • Breng lijmbanden aan rond de fruitbomen tegen de wintervlinder. Behandel de vruchtbomen eventueel met een produkt op basis van minerale oliën tegen eieren van rode spin en luizen. • Bescherm de composthoop eventueel tegen uitspoelen door overvloedige regen. • Neem eventueel een grondstaal en laat je grond ontleden.
Zo heb je een zicht op de voedingstoestand en zuurtegraad van de bodem. |