Slakken behoren tot de weekdieren net als mosselen, oesters, inktvissen, ..
“Weekdier” betekent heel eenvoudig dat hun lichaam geen beenderen bezit.
Van alle slakkensoorten leeft maar een beperkt deel op het land; de meeste soorten leven in het water.
| .jpg) |
Ze kunnen ingedeeld worden in twee grote groepen : naaktslakken en huisjesslakken.
De huisjesslak is te herkennen aan haar slakkenhuis. De naaktslak heeft geen huis, maar richt in onze tuinen wel de meeste schade aan. Bij beide staan vooraan op de kop tentakels, met op het einde daarvan de ogen.
Slakken verplaatsen zich op de zoolvormige onderzijde van hun lichaam met een golvende beweging. Ze scheiden hierbij een slijm af dat een spoor achterlaat en zo duidt op hun aanwezigheid !
Bij zonnig en/of droog weer kruipen ze weg om niet uit te drogen. Naaktslakken graven zich in de grond in, huisjesslakken trekken zich terug in hun slakkenhuis en sluiten de opening af met een verhardend slijm. Zodra de lucht vochtiger is, bijvoorbeeld na een bui of ’s nachts, gaan ze terug op pad. In droge zomers is het aantal vraatzuchtige slakken dan ook beduidend minder dan in vochtige en warme zomers.
Slakken zijn tweeslachtig doch moeten voor de voortplanting paren met een soortgenoot. Na de paring legt elke slak (vanaf april) zijn eitjes af in slijm onder aardkluiten, boomschors, …Uit deze kleine, glazige bolletjes komen na een 3-tal weken kleine slakjes die zich onmiddellijk beginnen te voeden. Twee maanden later zijn ze volwassen. Het is dus belangrijk om vroeg in het voorjaar hun aantal in de tuin in te perken om grote problemen later op het jaar te vermijden. Tijdens de winter wachten de eitjes met uitkomen op het goed weer van het voorjaar, althans als ze de vorstperiodes overleven.
Het voedsel van huisjesslakken bestaat hoofdzakelijk uit algen en plantaardig afval; minder vaak plantenweefsels. Ook eieren van naaktslakken staan op het menu van de huisjesslakken !
Naaktslakken daarentegen eten hoofdzakelijk zachte plantendelen, en richten zo de meeste schade aan. Ze zijn te vinden op vochtige plaatsen zoals onder stenen, bloempotten, dichte beplanting, rottende bladeren en composthopen. Bij het uitstrooien van compost dus opletten dat zo geen echte plaag veroorzaakt wordt !
Slakken eten het liefst ’s avonds en ‘s nachts bij hoge luchtvochtigheid en als de temperaturen niet te hoog noch te laag zijn. Koudbloedige dieren zijn immers gevoelig aan temperatuurschommelingen. Ook overdag tijdens en na regenbuien komen ze al snel te voorschijn.
In het najaar overwinteren ze onder bladeren of in de grond om zo de koude te weerstaan. In héél strenge winters sterft toch een behoorlijk deel af.
De voorjaarswarmte doet ze weer ontwaken. Het eerste wat de slakken doen is hun waterverlies van tijdens de winter compenseren.
Gevoelige planten voor slakkenvraat zijn Hosta spp., Iberis spp., Ligularia spp., ..
Hun natuurlijke vijanden zijn egels, loopkevers, padden, kraaien, lijsters, spreeuwen, slakkendodende vliegenlarven, slakkendodende aaltjes, spinnen, ..
Ook schoffelen helpt, omdat het de bovenste grondlaag uitdroogt.
Heeft men desondanks toch nog te kampen met een uitbreidende slakkenplaag, dan kan men ingrijpen met speciaal ontwikkelde slakkenkorrels.
Het product SLAKKENDOOD is een rode korrel, samengesteld uit voor slakken zeer aantrekkelijke zemelen. Een repellent ingrediënt dient om te voorkomen dat onze (huis)dieren ze zouden nuttigen. Door de professionele persing is de korrel goed regenbestendig, een enorm pluspunt voor gebruik in onze Belgische weersomstandigheden ! |